Berging

Op 17 mei 1943 vliegen laag boven de Noordzee elf Martin B-26 Marauders richting de Nederlandse kust. Het doelwit van deze Amerikaanse groep middelzware bommenwerpers is de elektriciteitscentrale bij Velsen. Terwijl het idee is om bij Noordwijk ons land binnen te vliegen om vervolgens naar het noorden af te buigen, brengt de wind hen kort na het opstijgen vanaf hun basis in Suffolk in Engeland al uit koers. Ze vliegen richting Monster, onder Den Haag. Met de kustlijn in zicht zwenken de toestellen daar plots richting het zuidwesten om buiten het blikveld van een Duits scheepskonvooi te blijven. De piloten willen na een ruime bocht weer uitkomen op hun geplande route naar het doelwit. Echter, door de afwijkende koers vanaf het begin vliegen ze dan over het eiland De Beer bij Hoek van Holland, het door de Wehrmacht sterkst verdedigde gebied in ons land. En daar gaat het mis. De Duitse luchtafweerkanonnen schieten om 11.51u de eerste Marauder uit de lucht met aan boord de formatieleider. Het toestel crasht op De Beer, een minuut later gevolgd door een tweede die ter hoogte van Rozenburg in de Nieuwe Waterweg plonst. De rest van de formatie vliegt vervolgens richting het oosten.

Daags erna wordt door een bergingsteam het wrak van het tweede toestel uit het water gelicht met een drijvende bok en in de haven van Maassluis op de wal gebracht. Op de foto hangt het vliegtuig nog net in de kabels boven de kade, in het blikveld van een grote groep nieuwsgierige mensen die voor de huizen samendrommen. Albert Pinkster was er als jongen ook bij en weet het zich nog te herinneren: “De romp van het vliegtuig lag op het lage gedeelte van de Burgemeester de Jonghkade. Dat was gebied van de Kriegsmarine, waar burgers geen toegang hadden. Op de rechter motorgondel stond de naam Ronnie geschilderd, op de linker Francis. Het staartstuk lag aan de andere kant van de Buitenhaven, enkele tientallen meters van de spoorbrug en werd niet bewaakt’’. Op de foto onder inspecteert bergingspersoneel de geschutskoepel. De burgers staan achter een afrastering van prikkeldraad, maar kunnen van dichtbij alles zien. Over een gelijksoortige foto waar een Duitser tegen een propeller leunt weet Albert: “Vermoedelijk is de foto gemaakt door een Duitser, destijds bleef de oorsprong van de foto’s in vaagheid gehuld. Mogelijk heeft de plaatselijke drogist, die als enige foto’s ontwikkelde en afdrukte, er een paar extra gemaakt. Op school werd er volop handel gedreven in dergelijke plaatjes”.

De toeschouwers wisten destijds niet dat van de elf andere vliegtuigen in de aanvalsgroep er slechts één terugkeerde in Engeland. Dat toestel maakt onderweg boven de Noordzee al rechtsomkeert vanwege motorproblemen. Van de overige acht noodlottige toestellen vliegen er twee zo dicht bij elkaar dat ze boven Bodegraven botsen, waarna de brokstukken een derde exemplaar raken dat als gevolg hiervan een noodlanding moet maken. De vijf overgebleven toestellen buigen af richting het noorden, maar bombardeerden abusievelijk de Zuidergasfabriek in Amsterdam in plaats van het eigenlijke doelwit. Op de terugweg naar Engeland komen ze boven het zwaar verdedigde IJmuiden. De Duitsers waren gewaarschuwd en hier worden wederom drie vliegtuigen slachtoffer van hevig vurend luchtdoelgeschut. Ten slotte worden de twee laatste Marauders om 12.24 boven zee door Duitse Focke Wulf jachtvliegtuigen onderschept en neergehaald. De missie is mislukt, maar bovenal tragisch verlopen. Van de 60 bemanningsleden sneuvelen er in een half uur tijd 38.

Geraadpleegde bronnen:
Prooi, J., Rozenburg in Oorlogstijd – Mobilisatie, bezetting en bevrijding 1939-1945 (Rijpsma Drukkers, Rozenburg, 2000).
Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil. Kroniek van een luchtoorlog. (Den Haag, 1990).

Meer foto’s in: Oefenen & oorlog