Hochleitstand

Op het eiland De Beer ten zuiden van Hoek van Holland plaatst de Duitse marine een kustbatterij met zwaar, modern scheepsgeschut. Het zijn drie 28 cm SK C/34 kanonnen met een bereik van 40 kilometer, afkomstig van het slagschip Gneisenau. Nog geen tien jaar na de eerste vaart wordt dit schip begin 1943 buiten dienst gesteld, omdat Hitler geen vertrouwen meer heeft in de rol van grote slagschepen. De kanonnen van de hoofdgeschutskoepels zijn echter uitstekend geschikt om in de kustverdediging te gebruiken. Zes ervan worden in Noorwegen geplaatst en drie kanonnen zijn bestemd voor Nederland.

Op De Beer krijgt elk kanon een eigen draaibare rechthoekige behuizing die op drie enorme bunkers worden geplaatst. Hierin is ook plek voor een gevechtsvoorraad granaten, maar het gros van de munitie ligt in aparte opslagbunkers. Met treintjes en liften worden de manshoge granaten van ruim driehonderd kilo naar de kanonnen getransporteerd. In weer andere bomvrije bunkers zijn voorraden, bedieningspersoneel en sanitaire voorzieningen ondergebracht, maar het letterlijke hoogtepunt van het complex vormt de bijna dertig meter hoge vuurleidingspost. Om doelen waar te nemen op het maximale bereik van het geschut is een hoog observatiepunt noodzakelijk. Het enige alternatief in de lage duinen op het eiland is de bouw van een bunkertoren. Alleen zo kunnen geallieerde kruisers en slagschepen al ver op zee onder vuur worden genomen om een landing nabij de strategische Rotterdamse haven te verhinderen.

Het gewapend betonnen bouwwerk beschermde het gespecialiseerde personeel en de verschillende mechanische computers die nodig waren om binnenkomende meetgegevens te verwerken. De exacte positie van het doel wordt bepaald door het snijpunt van de zichtlijnen van twee meetposten vast te stellen via het zogenaamde Langbasis-systeem. Hiervoor werkte de toren samen met verschillende andere meetposten langs de Zuid-Hollandse kust. Als een kruismeting niet mogelijk is kan de tien meter lange stereoscopische afstandsmeter in de gepantserde koepel bovenop de toren ook autonoom worden ingezet. Nadat de meetgegevens zijn gecorrigeerd voor weersomstandigheden, beweging van het doel en eventueel het resultaat van verschoten granaten, worden de doelgegevens elektronisch doorgestuurd naar het geschut. Op deze foto is de toren te zien met de brede onderbouw en daar omheen jonge aanplant. Halverwege de bouw in februari 1943 bleek dat het enorme gewicht de ondergrond maximaal belastte, wat aan de voorzijde tot een verzakking van 40 centimeter leidde. De torenopbouw en de plaatsing van de meetapparatuur is hier vervolgens op aangepast. De halfronde stalen koepel bovenop is de beschermende behuizing van de afstandsmeter, waarvan de uiteinden als twee tentakels in de lucht priemen. Na de vertraagde levering van het geschut wordt op 6 juli het laatste kanon ingeschoten, waarmee de gehele batterij operationeel is. De bouwwerken moeten vervolgens nog worden gecamoufleerd, wat te zien is aan het houten skelet op het dak van de munitiebunker, links op de foto. Met een pannendak moet het geheel gaan lijken op een vredige boerderij.

Geraadpleegde bronnen:
Beveren, A. & Rijpsma, J., Atlantikwall in kaart, bunkers en bezetting in Zuid-Holland (Rozenburg, 2022).

Meer foto’s in: Bunkers & stellingbouw