IJstijdperk

In de winter van 1941-1942 is de haven van Brielle volledig dichtgevroren. Geen boot kan de haven verlaten en de visserij en het scheepstransport liggen stil. De fotograaf, een soldaat van de Verstärkter Grenzaufsichtsdienst (VGAD), trotseert het koude weer en legt het fraaie winterse tafereel vast. Het dikke ijspakket en de vastgevroren boten zijn niet alledaags en vormen een voor Nederland bijzonder aanzicht. Tussen 1851 en 1939 krijgt ons land maar met drie van zulke strenge winters te maken. De meeste jonge inwoners van Zuid-Holland hebben voor 1939 zelfs nooit bewust een ‘echte’ winter meegemaakt. In de oorlogsjaren komt hier verandering in. Het weer slaat om en tegen alle verwachtingen in volgen opeenvolgend drie zware winters, met die van 1941-1942 als de meest extreme in bijna 200 jaar tijd. Temperaturen dalen in deze periode tot ver onder nul en in Winterswijk wordt op 27 januari 1942 met -27,5 graden zelfs het Nederlandse kouderecord gevestigd. De kranten staan vol met artikelen over weersvoorspellingen en stukken over de gevolgen van de ‘hevige koude’. De NSB-krant Het Nationale Dagblad spreekt in 1942 zelfs van het ‘IJstijdperk 1939-1942’. Dit ijstijdperk zorgt voor het eerst sinds jaren weer voor prachtige winterse taferelen en mogelijkheden voor lange schaatstochten, maar tijd om te genieten is er niet. De bevolking vraagt zich vooral af hoe de huizen moeten worden verwarmd en of er voldoende warme kleding en voedsel beschikbaar blijven. Al in de herfst van 1940 zijn brandstoffen en levensmiddelen zoals boter en vet in mindere mate beschikbaar en op de bon. Het tekort neemt in de koudeperiode inderdaad verder toe. De stichting ‘Winterhulp Nederland’ biedt de helpende hand. Deze nationaalsocialistische organisatie is in november 1940 door Rijkscommissaris Seyss-Inquart opgericht met als doel Nederlanders in hun ´maatschappelijke noden´ te helpen door geld op te halen voor onder andere kleding en voedsel. Vanwege de relatie met de bezetter is de Winterhulp niet populair, maar wel noodzakelijk. Tot opluchting van de bevolking zijn de twee volgende winters niet zo streng en is de Hongerwinter in 1944-1945 dat evenmin. In januari worden dan weliswaar temperaturen tot ver onder nul gemeten, maar in deze periode is het niet de kou, maar de enorme schaarste aan voedsel en brandstoffen die in de grote steden tot vreselijke gevolgen leiden.

Geraadpleegde bronnen:
Het IJstijdperk 1939-1942, winter van ’90-’91 ver overtroffen (Het Nationale Dagblad: voor het Nederlandsche volk, 25 februari 1942).
knmi.nl.

Meer foto’s in: Dagelijks Zuid-Holland