Stekelvarkens

In 1939 ontwierp het Centraal Inundatie- en Technisch Bureau van de Nederlandse krijgsmacht verschillende kleine bouwwerken voor de opstelling van een mitrailleur. Het waren gestandaardiseerde ‘bunkers’ van 40 of 80 cm dik gewapend beton met 3, 5 of 7 schietgaten om frontaal en flankerend te kunnen vuren. Door het grote aantal schietgaten met elk een schootsveld van 70 graden kon een groot gebied worden bestreken. De kazemat had aan de achterzijde één of twee luiken als toegang. De kazematten werden in de volksmond stekelvarken of spinnenkop genoemd vanwege de uitstekende stalen haken op het dak voor de bevestiging van camouflagenetten. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog bouwde de Nederlandse krijgsmacht honderden exemplaren met 3 schietgaten, vooral in het oosten van het land. Met enige tientallen werden de varianten met 5 en 7 schietgaten langs de kuststrook geplaatst.

De Duitse vestinggenisten die na de verovering van Nederland een rapport schreven over de vestingwerken die ze hier aangetroffen vonden de kazemat maar een zwak ontwerp met te grote en dus kwetsbare schietgaten. Ze beschouwden de werken als een ‘Notlösung’, die bij gebrek aan beter waren gebouwd. Sommige kazematten werden echter hergebruikt binnen hun eigen kustverdediging, zoals te zien is op de foto waar een Duitse militair op het dak van een stekelvarken de wacht houdt bij de Scheveningse haven. Het zuidelijke schietgat en het stalen luik van de ingang zijn goed zichtbaar. De meeste kazematten, zoals die aan de duinvoet bij Rockanje op de foto hierboven, kregen echter geen rol toebedeeld in de Atlantikwall. Terwijl op nog geen twintig meter afstand wat hogerop in het duin nieuwe bunkers voor een kustbatterij verrezen, stond deze kazemat op het strand te verzanden. Tijdens een strenge winter, waarbij het ijs weer metersdik het strand opkruide, maakte een militair er een kiekje van. ‘Niederländische Küste Kriegswinter 1941/1942’ en ‘Holländischer Bunker Rockanje’ schreef de militair bij deze foto in zijn album. De afkalving van het duin was hier groot, wat mogelijk meespeelde in de overweging het bouwwerk te laten voor wat het was. Het zal in de golven hebben gestaan toen een paar jaar later ook de Duitse bunkers in de eerste duinenrij gevaarlijk dicht bij het water kwamen te staan. Ze werden in de jaren ’60 gesloopt omdat ze een gevaar vormden voor de zeewering. In de inventarisaties en sloopbestekken uit die tijd ontbreekt dan al elk spoor van een stekelvarken.

Geraadpleegde bronnen:
grebbelinie.nl/geschiedenis/kazematten/stekelvarken-s7.
Verbeek, J.R., Kustversterkingen 1900-1940 (Haarlem, 1989).

Meer foto’s in: Duits toerisme